HOME | RACEBAANWEETJES | TESTBANK | VERZAMELEN | REPORTAGES | GULF RACING | LINKS | SITEMAP


Snelheidsregelaars

Regelaars of Controllers, zoals ze ook vaak genoemd worden, zijn er in diverse k(l)euren, soms zelfs in verschillende geuren… Maar dan is er dus duidelijk iets mis. Bij een startset zitten ze naast baan, trafo en Slotcars al netjes in de doos verpakt. Dan staat men er ook niet zo bij stil hoe dat nou precies zit met zulke regelaars. Het werkt! En dat is waar het ons om gaat! Maar…

…Misschien is het toch al een aantal jaartjes geleden, maar toen werden de meeste 1/32 Slotcars nog met een min of meer standaard motortje uitgerust. Die tijd – zo lijkt het tenminste - hebben we wel gehad want er komen steeds meer Slotcars met almaar snellere motororen op de markt. Boeiend ja, maar daardoor worden snellere Slotcars ook steeds moeilijker controleerbaar. Met al oudere regelaars lijken daarnaast ‘n eigen leventje leiden te gaan leiden, soms zelfs met een lange “IJ” waarmee we dus weer bij het begin zijn aangekomen.

We gaan van de meest gangbare regelaars eens naar ‘n paar verschillen kijken, voor welk doel ze geschikt zijn en hoe dat zit met de eigenlijke regelunit in zowel mechanische als elektronische regelaars.


Zogenaamde, bij de vorige generatie wellicht nog bekende duimregelaars kom je in racebaansets niet veel meer tegen. Dit type regelaars werden over het algemeen erg licht uitgevoerd waardoor vaak contactproblemen ontstonden of ze zelfs doorbrandden. Maar er zijn ook uitzonderingen. Hieronder 2 duimregelaars die het ook tegenwoordig nog heel goed doen.

                       
   
De alom bekende, vertrouwde Carrera duimregelaar        De best al professionele Clubman duimregelaar

Mechanische pistoolregelaars (daar vallen ook wel de meeste bij startsets geleverde controllers onder) worden tegenwoordig sterk genoeg uitgevoerd. Dus weer mee bedoeld hoeveel stroom ze kunnen verdragen zonder al te veel warmte te produceren of contactproblemen te veroorzaken. Om die nadelige warmte snel aan de omgeving af te kunnen staan zijn alle betere regelaars (ook duimregelaars) voorzien van een keramische weerstandsblok. De bijgeleverde regelaars uit de doos zijn voorzien van een weerstand van over het algemeen 45Ω. Ze zijn ook los te koop met weerstanden van 75Ω of 25Ω. De variëteit in weerstandswaarden verschilt nogal per merk. Ook bestaat er bij sommige merken de mogelijkheid er zélf ‘n blok in te zetten. Dan kunnen de weerstanden zelfs variëren van 75Ω omlaag naar 2Ω. Zulke extreem laagohmige weerstanden zijn echter meer bedoeld voor 1/24, waar in sommige classes met nog vele malen sterkere motoren wordt gereden. ’t Is natuurlijk wel goedkoper met zulke losse weerstandsblokken, hoewel het niet voor iedereen even gemakkelijk inbouwen is.

                        
                Standaard Ninco (pistoolgreep)regelaar                 De meest gebruikte Tuning regelaar van Parma  

Maar welke weerstand heb je nu voor welke auto (motor) nodig?
Op de eerste plaats moeten we natuurlijk rekening houden met persoonlijke voorkeuren: De ene houdt van een agressieve regelaar, de andere juist niet. Het kan dus goed zijn dat de ene er compleet aan gewend is de snelste Slotcars met 75Ω te rijden, de andere in dezelfde situatie liever nog met 25Ω zou willen rijden.
Op de tweede plaats is dat dus afhankelijk van de stroomsterkte die een motor opneemt.
Motortjes nemen allemaal een bepaalde hoeveelheid stroom op. In “motoren, motoren” kun je nalezen hoeveel stroom motoren bij welke spanning zo opnemen. Daarnaast wordt de stroom die door de motor wordt opgenomen, bepaalt door de last die de motor te verduren krijgt. Gaat het bergop, de bocht in of gaat de auto net van start, dan is die stroom soms vele malen groter. Ook gewicht en zelfs slecht onderhoud aan een Slotcar is van invloed op de stroomopname. Afijn…
Daarnaast en hoe dat precies zit, daarvoor zouden we iets verder in de elektriciteitsleer moeten duiken, gaan we daarom maar niet doen. Maar er is dus zoiets als een vuistregel die als je twijfelt, kan helpen bij het bepalen van de juiste regelaar, althans over de geschikte weerstandsblok daarin.

Om zo sterker/sneller de motor (hogere stroomopname), hoe geschikter een regelaar met een kleinere weerstand(laagohmiger)!!
Dit klinkt weliswaar onlogisch maar de volgende redenering helpt om te begrijpen hoe dat zit en/of kan als je niet helemaal tevreden bent met je regelaar, duidelijk maken waar dat aan ligt.

De Whiper van elke regelaar strijkt van de 'uitstand' tot naar 'maximaal' over een weerstandsblok heen. Daar zit weerstandsdraad op die dus de stroom via de Whiper naar de motor transporteert. Bij hoogohmige weerstandsblokken zit duidelijk méér en dunnere draad op dan bij laagohmige weerstandsblokken.
We gaan hier nu van een regelaar met een relatief hoogohmige weerstandsblok uit (ca. 45Ω).
De totale lengte van de draad bepaalt nu dus ook de totale weerstand.., te zien alsof de stroom een langere, weerstandsvollere weg moet afleggen om er doorheen te komen.
Erop gelet dat sterkere, snellere motoren méér stroom vragen, duurt het dus ook om zo langer…, moet de Whiper dus om zo verder ingedrukt worden, wil die stroom er ook voldoende doorheen kunnen zodat de motor begint te draaien.
Om die reden reageren snellere Slotcars vaak ook niet of nauwelijks als je de Whiper maar net even ingedrukt houdt. Daar en tegen zal een Slotcar met een standaard motortje er vaak al meteen vandoor willen gaan zodra je de Whiper maar aantikt.

Voor wat snellere motoren betreft betekent dit uiteindelijk dat je -relatief gezien- minder regelbereik over houdt waarmee je de auto kunt besturen. Daardoor dus wordt het óm zo moeilijker een Slotcar met een snelle motor in de baan te houden. In die gevallen is een regelaar met een lagere weerstand van bijvoorbeeld 25Ω beter. Maar nogmaals: persoonlijke voorkeuren buiten beschouwing gelaten!!
 


Naast de alom gebruikte mechanische regelaars grijpen met name wedstrijdrijders steeds vaker naar elektronische regelaars. Dit vooral omdat ze gemakkelijk instelbaar zijn op ieders persoonlijke voorkeur. Maar ze zijn eigenlijk pas écht interessant als je vaak met verschillende motoren gereden Slotcars op telkens weer andere banen gaat rijden.
Hoofdreden? Ze zitten deels volgepropt met elektronica en draaiknopjes en zijn daardoor gewoon hartstikke duur. Dit temeer de afzet aan de markt ’n stuk geringer is!



 

De voordelen liegen er van de andere kant ook niet om. Een weerstandsblok zoek je tevergeefs, dus het lastige uitwisselen van dergelijke weerstandsblokken valt weg. En ook is het niet nodig om als wedstrijdrijder meerdere, met verschillende weerstandsblokken uitgevoerde regelaars mee te sjouwen. En ook dat is alles bij elkaar best ‘n dure aanschaf.

Bij elektronische regelaars kunnen we nog een keer een onderscheid maken tussen: transistor gestuurde regelaars en diode gestuurde regelaars.
Hierboven elk een afbeelding van een transistor gestuurde regelaar (l) en een dioderegelaar (r).
De verschillen zitten hem in de karakteristiek van de regelaar, het fijntunen van de regelaar en alles bij elkaar genomen - en zoals Insiders dat dan graag noemen - het reageren van de regelaar aan de vinger. Daardoor zweert de ene dan ook op ‘n transistor gestuurde, de andere juist op ’n diode gestuurde regelaar. Ton bijvoorbeeld is om verschillende redenen een absolute voorstander van diode gestuurde regelaars.

Dioderegelaars worden soms ook bipolair uitgevoerd, wat inhoudt dat verkeerdom inpluggen zulke regelaars niets uitmaakt. Sterker nog, op een negatief gepoolde baan (komt niet zo vaak voor) doet ie z’n werk net zo goed.
Transistorregelaars hebben dat niet en moet het ook ‘n goede zijn wil daar een ompool beveiliging inzitten. Kom je op een negatief gepoolde baan terecht of erger nog, je plugt verkeerd in, dan maakt de transistor dat al snel kenbaar door zijn penetrant riekende geurtje of rookgordijn in de ruimte te gaan verspreiden. Het omslachtige opsturen van.. en de met zich natrekkende kosten voor reparatie van de regelaar zijn niet voor de poes. Niet veel anders zal dat het geval zijn bij uniepolaire dioderegelaars, maar zal een reparatie over het algemeen minder kostbaar zijn.

Een ander wezenlijk voordeel van dioderegelaars is ook, dat ze absoluut ongevoelig zijn ten opzichte van de sterkte van een motor: Een standaard motortje of ‘n dikke prestatiemotor, het maakt deze regelaar allemaal niets uit. Eenmaal naar je voorkeur ingesteld heb je er dan ook geen omkijken meer naar. Hetzij dan bij hogere baanspanningen (bijvoorbeeld vanaf 18 Volt) waardoor die ‘n wat agressieve karakteristiek gaat vertonen. Dan zijn transistorregelaars weer iets in het voordeel.
Daar en tegen zijn transistorregelaars weer in het nadeel naarmate de motortjes lichter worden. Het naar je hand zetten van de regelaar wordt dan steeds moeilijker.

Welke van de 2 typen zich in de toekomst zal doorzetten? We wagen er geen antwoord op te geven! Zeker is dat elektronische regelaars in opkomst zijn. Langzaam aan zakken de prijzen en steeds meer hobbyisten zijn ook bereid ’n paar Euro’s méér uit te geven mits zij daar ook voldoende kwaliteit en gebruiksgemak voor terugkrijgen.
Omdat men dat krijgt, hoeft men daar dan ook niet aan te twijfelen.
Blijft de vraag dus nog over of het werkelijk voor iedereen loont.
Maar dát antwoord zul je jezelf moeten geven!

De regelaar kiezen die het beste bij je past is vaak een kwestie van uitproberen. Daarom tot slot nog enkele grafieken die duidelijk maken hoe regelaars op verschillend sterke motoren en baanspanningen reageren. Misschien kun je er een beetje van afleiden welke karakteristiek van welke regelaar jou voorkeur zou kunnen genieten.


Home | Testbank | Verzamelen | Gulf Racing | Sitemap
3 maart 2006 - Copyright racebaan.com